Over de nationale kwestie en socialistisch patriottisme – Josip Broz Tito

Toespraak gehouden op de Sloveense Academie van Kunsten en Wetenschappen

Kameraden academici,

Ik vind geen woorden om mijn dankbaarheid uit te drukken voor de grote eer die mij te beurt is gevallen door te worden verkozen tot erelid van de Sloveense Academie van Kunsten en Wetenschappen.

Staat u mij toe om op zijn minst mijn dank uit te spreken en te zeggen dat ik in de toekomst zal blijven proberen om, binnen de grenzen van mijn nederige mogelijkheden, deze grote onderscheiding en het vertrouwen dat u in mij hebt gesteld, te rechtvaardigen. Dit is de derde Academie van Wetenschappen die mij eert door mij tot erelid te verkiezen, en ik vraag mij af: hoe heb ik dit verdiend en hoe zal ik mij dit waardig maken? In het verleden heb ik niets gedaan dat iemand anders niet zou kunnen doen die zijn leven heeft gewijd aan revolutionair werk ten bate van de arbeidersklasse en ten bate van het volk. In de toekomst kan ik dit werk alleen voortzetten onder de voorwaarden van de socialistische opbouw. Daarin zal ik geen moeite sparen, want dat is mijn doel in het leven.

Josip Broz Tito (1892-1980)

Misschien moet ik vandaag ten overstaan van deze hooggeachte vergadering iets zeggen over de rol van wetenschappelijke werkers en hun onmiddellijke taken bij de opbouw van de nieuwe socialistische maatschappij in ons land. Zoals u weet, heb ik enkele dagen geleden in de Servische Academie van Wetenschappen iets gezegd over de rol van wetenschappelijke werkers bij de opbouw van het socialisme in dit land. Vandaag zal ik het dus wagen iets te zeggen over kwesties die niet alleen van belang zijn voor mensen die politiek bedrijven of zich bezighouden met de wetenschappelijke bestudering van de samenleving, maar ook voor iedere burger in dit land, en in het bijzonder voor onze wetenschappelijke werkers. Ik heb het over de nationale kwestie in de periode van de opbouw van het socialisme in ons land, en in de tweede plaats over de ontwikkeling van de economische, culturele, politieke en andere betrekkingen tussen de landen die het socialisme opbouwen, of om het anders te zeggen: wat is de aard van het nationalisme en wat is de aard van het internationalisme? Het spreekt vanzelf dat ik niet de geringste pretentie koester u nu een uitputtende analyse of een volledige definitie van deze zaken te kunnen geven. Neen, ik stip deze zaken slechts aan voor zover zij verband houden met de huidige stand van zaken hier, slechts voor zover dit noodzakelijk is om bepaalde verschijnselen waarmee wij op dit ogenblik te maken hebben, beter te begrijpen. Begrip van deze verschijnselen kan het ons gemakkelijker maken de talrijke moeilijkheden, waarmee wij thans te kampen hebben, te overwinnen. Begrip van deze verschijnselen kan ons ook helpen de dingen in een duidelijker perspectief te zien, zowel nu als in de toekomst, om ons duidelijk te maken dat we niet proberen een speciale nieuwe weg te vinden, maar dat we voortgaan op dezelfde weg naar het socialisme die we tot nu toe hebben bewandeld, en dat we strikt rekening houden met de vragen die ons in ons dagelijks leven worden opgelegd, de vragen waarmee we nu worstelen en die niet kunnen worden omzeild.

Wat het eerste thema betreft, de nationale kwestie, daar heb ik het niet over omdat die vandaag de dag, in de een of andere vorm, een probleem vormt in ons land. Nee, de nationale kwestie is hier geregeld, en zeer goed geregeld, tot algemene tevredenheid van al onze volkeren. Het is geregeld volgens de leer van Lenin. En de regeling van de nationale kwestie in dit land weerspiegelt het karakter van onze revolutie. Het succes dat wij boeken bij de opbouw van het socialisme is het sterkste bewijs van de juistheid van onze oplossing van de nationaliteitenkwestie in dit land. Zonder een juiste oplossing van dit vraagstuk – op de manier waarop wij het hebben opgelost – zou het onmogelijk zijn verder te gaan met de opbouw van het socialisme, want zonder interne eenheid, zonder constructieve broederschap en eenheid onder de nationaliteiten in ons land, zou het onmogelijk zijn ons land weer op te bouwen en zou het volstrekt onmogelijk zijn het Vijfjarenplan uit te voeren, of veel van de andere maatregelen uit te voeren, of zulke successen te behalen als wij tot nu toe hebben behaald.

Geen enkel land van volksdemocratie heeft zoveel nationaliteiten als dit land. Alleen in Tsjechoslowakije bestaan er twee verwante nationaliteiten, terwijl er in sommige andere landen alleen minderheden zijn. Bijgevolg behoefden in deze landen van volksdemocratie niet zulke ernstige problemen te worden opgelost als wij hier hebben moeten doen. Bij hen is de weg naar het socialisme minder gecompliceerd dan hier het geval is. Bij hen is de basisfactor de klassenkwestie, bij ons is het zowel de nationaliteiten- als de klassenkwestie. De reden waarom wij de nationaliteitenkwestie zo grondig hebben kunnen regelen, is gelegen in het feit dat deze op revolutionaire wijze begon te worden geregeld in de loop van de bevrijdingsoorlog, waaraan alle nationaliteiten van het land deelnamen, en waarin elke nationale groepering naar vermogen haar bijdrage leverde aan de algemene inspanning om zich te bevrijden van de bezetter. Noch de Macedoniërs, noch enige andere nationale groep die tot dan toe onderdrukt was geweest, hebben hun nationale bevrijding per decreet verkregen. Zij vochten voor hun nationale bevrijding met het geweer in de hand. De rol van de Communistische Partij lag in de eerste plaats in het feit dat zij die strijd leidde, wat een garantie was dat na de oorlog de nationale kwestie definitief zou worden geregeld op de manier die de communisten lang voor de oorlog en tijdens de oorlog hadden uitgedacht. De rol van de Communistische Partij vandaag, in de fase van de opbouw van het socialisme, bestaat erin de positieve nationale factoren een stimulans te laten zijn voor, en geen rem op, de ontwikkeling van het socialisme in ons land. De rol van de Communistische Partij vandaag de dag ligt in de noodzaak om scherp in de gaten te houden of er geen nationaal chauvinisme opduikt en zich ontwikkelt onder welke nationaliteit dan ook. De Communistische Partij moet er altijd naar streven, en doet dat ook, dat alle negatieve verschijnselen van nationalisme verdwijnen en dat de mensen worden opgevoed in de geest van het internationalisme.

Wat zijn de verschijnselen van nationalisme? Hier volgen er enkele: 1) Nationaal egoïsme, waaruit vele andere negatieve trekken van nationalisme voortkomen, zoals bijvoorbeeld – een verlangen naar buitenlandse verovering, een verlangen om andere naties te onderdrukken, een verlangen om andere naties economische uitbuiting op te leggen, enzovoorts; 2) nationaal-chauvinisme, dat ook een bron is van vele andere negatieve trekken van nationalisme, zoals bijvoorbeeld nationale haat, het kleineren van andere naties, het kleineren van hun geschiedenis, cultuur en wetenschappelijke activiteiten en prestaties, enzovoort, het verheerlijken van ontwikkelingen in hun eigen geschiedenis die negatief waren en die vanuit ons marxistische standpunt als negatief worden beschouwd.

En wat zijn die negatieve dingen? Veroveringsoorlogen zijn negatief, de onderwerping en onderdrukking van andere volkeren is negatief, economische uitbuiting is negatief, koloniale onderwerping is negatief, enzovoort. Al deze dingen worden door het marxisme als negatief beschouwd en veroordeeld. Al deze verschijnselen uit het verleden kunnen weliswaar verklaard worden, maar vanuit ons gezichtspunt kunnen zij nooit gerechtvaardigd worden.

In een socialistische maatschappij moeten en zullen dergelijke verschijnselen verdwijnen. In het oude Joegoslavië betekende nationale onderdrukking door de groot-Servische kapitalistische kliek een versterking van de economische uitbuiting van de onderdrukte volkeren. Dit is het onvermijdelijke lot van allen die onder nationale onderdrukking te lijden hebben. In het nieuwe, socialistische Joegoslavië heeft de bestaande gelijkheid van rechten voor alle nationaliteiten het onmogelijk gemaakt voor de ene nationale groep om de andere economische uitbuiting op te leggen. Dat komt omdat de hegemonie van de ene nationale groep over de andere in dit land niet langer bestaat. Een dergelijke hegemonie moet onvermijdelijk, in een of andere mate, in een of andere vorm, economische uitbuiting met zich meebrengen; en dat zou in strijd zijn met de beginselen waarop het socialisme berust. Alleen economische, politieke en culturele gelijkheid en universele gelijkheid van rechten kunnen ons in staat stellen om in kracht toe te nemen in deze geweldige inspanningen van onze gemeenschap.

Meer dan twintig jaar lang leefden onze nationale groepen onder omstandigheden van ongelijkheid, meer dan twintig jaar lang werden pogingen ondernomen om eenheid aan de top te bereiken, maar geen eenheid onder het volk zelf. Meer dan twintig jaar lang schreef de burgerlijke pers dat Joegoslavië eenheid had bereikt, maar in feite werden de nationale tegenstellingen groter door de onderdrukking van de nationaliteit en de ongelijkheid, door de economische uitbuiting, enzovoort.

Tijdens de periode van de bevrijdingsoorlog hebben we de betrekkingen tussen de nationale groepen echter op een andere, nieuwe en betere basis geplaatst. We hebben ons formeel afgescheiden om in feite beter verenigd te zijn. En in onze huidige gemeenschap genieten de rechten van de kleinere nationale groepen dezelfde erkenning als die van de grotere groepen. Er is nu geen hegemonie meer van de ene nationale groep over de andere. En dat is nu juist wat ons zo standvastig en monolithisch maakt.

Als wij het vijfjarenplan of onze begrotingen bekijken, zien wij dat alles in het werk wordt gesteld om de achtergebleven republieken zo snel en zo veel mogelijk op een hoger peil te brengen; zo zien wij bijvoorbeeld dat Slovenië, Kroatië en Servië de achtergebleven republieken zoals Macedonië, Montenegro en Bosnië-Herzegovina zo veel mogelijk helpen. Alles wordt in het werk gesteld om deze laatste in staat te stellen zo snel mogelijk de achterstand op de andere, meer ontwikkelde republieken in te lopen. Dit is van groot belang voor onze socialistische gemeenschap, en onze volkeren hebben getoond dit volledig te begrijpen. Terwijl vroeger, in het oude Joegoslavië, verschillende ambtenaren en bestuurders met geweld werden opgedrongen aan mensen van een andere nationaliteit, die hen van hun kant terecht als onderdrukkers beschouwden en hen daarvoor haatten, is er nu bijvoorbeeld in de meest geavanceerde republieken voortdurend vraag naar opgeleid sleutelpersoneel en deskundigen uit de republieken van de andere nationaliteiten. Waar ligt nu de oorzaak van deze verandering? Zij ligt in het feit dat dit personeel en deze deskundigen alleen maar gaan om te helpen in de economie en het staatsapparaat, om te helpen bij de opleiding van plaatselijk personeel waaraan in sommige republieken een tekort is als gevolg van het onderdrukkingsbeleid dat door vroegere regimes werd gevoerd. Deze hulp levert goede resultaten op. Enorme creatieve krachten onder al onze volkeren komen aan het licht. Laten wij als voorbeeld alleen Macedonië nemen, dat in dit opzicht uitstekende resultaten heeft bereikt.

Onze volkeren zijn thans zo ver gevorderd in hun bewustzijn, dat zij reeds hebben ingezien dat zij niet zonder elkaar kunnen leven. Zij hebben ingezien dat onze gemeenschap voorziet in een alomvattende ontwikkeling – economisch, cultureel, politiek, enzovoort. Zij hebben gezien dat zij voorziet in de opbouw van het socialisme in ons land, dat zij garanties biedt voor hun bestaan en vreedzame ontwikkeling.

Portret van Tito door de Engelse artiest en postermaker Marc Stone (ca. 1941)

Het zou natuurlijk een vergissing zijn te denken dat eenheid gebaseerd op socialistisch bewustzijn hier reeds is bereikt. Zolang er een klassenstrijd is, zolang er elementen zijn die de ontwikkeling van het socialisme in dit land tegenhouden, zal dit in dit land niet worden bereikt. Maar het belangrijkste is bereikt, en dat is dit: dat de overgrote meerderheid van de werkende mensen in ons land dit is gaan beseffen, en dat betekent dat de volledige overwinning van het socialisme in ons land verzekerd is. Kameraden academici, ik heb zojuist iets gezegd over de nationale kwestie, over het ontwikkelingsproces in onze binnenlandse betrekkingen, over de ontwikkeling van onze staatsgemeenschap; en staat u mij nu toe iets te zeggen over de betrekkingen tussen socialistische landen.

Wat moeten volgens mij de betrekkingen tussen de socialistische landen zijn in het huidige stadium van het socialisme in de wereld? Het marxisme-leninisme heeft de theoretische oplossing gegeven voor de totstandbrenging van het socialisme als systeem, als een nieuwe sociale formatie. Dit systeem wordt nu in de Sovjet-Unie, in Joegoslavië en in andere volksdemocratieën, volgens de gegeven omstandigheden, als een nieuw sociaal systeem ten uitvoer gelegd. Maar het is nog niet mogelijk geweest de kwestie van de betrekkingen tussen landen die het socialisme aan het opbouwen zijn theoretisch te bestuderen. Lenin zegt in zijn werken, en dit werd later in de USSR verwezenlijkt, dat het mogelijk is het socialisme in één enkel land tot stand te brengen. Toen hij dit zei, had hij in eerste instantie de Sovjet-Unie op het oog, maar nergens is gezegd dat dit buiten de Sovjet-Unie niet mogelijk is. Ik zal het niet over andere landen hebben; ik kan echter wel zeggen dat dit hier in Joegoslavië heel goed mogelijk is gebleken, hoewel het wordt ontkend door verschillende betweters, die onvermoeibaar door de wetenschappelijke werken van Marx, Engels en Lenin duimen, om citaten te vinden die hun eigen onjuiste standpunten bevestigen. Verder zijn er bepaalde soorten scribenten die hun hoofd schudden en onzinnig roepen: het kan niet, dus kan het niet. Het is omdat zij het zeggen en wensen dat het zo is. Welnu, de werkelijkheid is sterker dan onzinnige verlangens, feiten zijn sterker dan allerlei beweringen, hoe pervers en eigenwijs die ook mogen zijn. Niettemin bouwen wij met succes en zeker aan het socialisme, niet uit pure halsstarrigheid, maar uit historische noodzaak; wij bouwen aan het socialisme, in de diepe overtuiging dat het niet alleen van waarde zal zijn voor onze volkeren, maar ook een voorbeeld zal zijn voor andere naties.

Ik moet hier onderstrepen dat wij het socialisme in ons land veel sneller en gemakkelijker zouden kunnen opbouwen indien bepaalde vooraanstaande personen in de landen van de volksdemocratie ons niet voor moeilijkheden zouden stellen. Het is duidelijk dat het standpunt dat de verantwoordelijken, de communisten, in die landen vandaag innemen tegen Joegoslavië, niet te rijmen valt met de betrekkingen die tussen socialistische landen zouden moeten bestaan.

Ik moet toegeven dat wij de hardnekkigheid en de gewetenloosheid van deze aanvallen op ons land hoogst merkwaardig vinden. Ze zijn des te opmerkelijker omdat ze de internationale arbeidersbeweging onnoemelijke schade berokkenen. Het feit dat wij het socialisme in ons land willen opbouwen en dat ook doen, is niet schadelijk voor de arbeidersbeweging, maar het zijn de verschillende onbegrijpelijke acties tegen ons, de verschillende leugens die zo ijverig tegen ons worden verspreid, leugens die al snel worden ontmaskerd voor wat ze zijn, – dat zijn de dingen die de schade aanrichten. Zij kunnen ons dat niet aanrekenen.

Een land als het onze, dat tijdens de oorlog zoveel heeft geleden, mag niet op deze manier worden behandeld. Landen die zoveel hebben geleden moeten alle gelegenheid krijgen om zich zo snel mogelijk van hun problemen te bevrijden, en mogen daarbij niet worden gehinderd, – en dit is alleen mogelijk door een snelle industrialisatie en de opbouw van het socialisme in ons land. Ons arbeidersvolk heeft het recht om zijn capaciteiten en vitaliteit te testen en uit te proberen, aangezien het zich bevrijd heeft van nationale en sociale onderdrukking. Dit is om verschillende redenen noodzakelijk: ten eerste opdat zij zich ervan bewust worden dat zij bekwaam zijn om een nieuwe socialistische maatschappij op te bouwen en te bouwen; en ten tweede opdat in hun scheppingsdrang het socialistisch bewustzijn in hen kan rijpen en alles wat negatief is, alles wat vreemd is aan het socialisme, kan worden uitgestoten.

De kwestie van de eenmaking van socialistische landen is een ingewikkelde zaak. Het is niet alleen een kwestie van de leidende mensen, en of zij er voor of er tegen zijn. Het is een langer proces. Het moet rijpen in de geesten van ten minste de meerderheid van de werkende mensen, zodat zij de noodzaak en de voordelen ervan inzien, zowel vanuit hun eigen nationale, als vanuit het internationale gezichtspunt. Bij de eenwording spelen de economische betrekkingen een grote rol, dat wil zeggen de basis waarop zij berusten en de wijze waarop zij zich ontwikkelen.

De huidige economische betrekkingen tussen de socialistische landen zijn nog steeds gebaseerd op de kapitalistische praktijk van de goederenruil. Daarin is niets veranderd. Het is duidelijk dat deze betrekkingen geen stimulans vormen voor een toenadering tussen de socialistische landen. Dit is in zekere zin begrijpelijk, als men bedenkt dat de meeste landen waarover ik het heb, veel geleden hebben tijdens de oorlog en dat zij nu proberen de verwoestingen zo snel mogelijk weg te werken. Dit alles is begrijpelijk; maar wat onbegrijpelijk is, is dat de landen van de volksdemocratie Joegoslavië minder gunstige voorwaarden bieden voor het uitwisselen van goederen, met andere woorden voor het handelsverkeer, dan bepaalde kapitalistische landen. Wij hebben niemand gevraagd om in ons geval op dit punt uitzonderingen te maken en daarom hebben wij verschillende maatregelen genomen om ons uit alle mogelijke bestaande moeilijkheden te bevrijden. Daarbij hebben wij nooit iets anders gedaan dan onze bondgenoten in het Oosten, dat wil zeggen – wij hebben gedaan wat de andere landen van de volksdemocratie hebben gedaan. Als dat iemand niet bevalt, dan moet in deze vragen een motief voor een aanval op ons land worden gevonden, in plaats van dat er allerlei zaken worden verzonnen die volstrekt ongegrond zijn.

Welnu, deze vraagstukken, die ik zojuist heb aangestipt, moeten worden aangepakt en moeten moedig worden opgelost, althans ten dele, als dat niet volledig mogelijk is.

Dat is dus de kern van de zaak, niet een of andere afwijking van onze kant van het pad van het socialisme.

En nu iets over internationalisme en nationalisme, het thema dat dezer dagen vaak opduikt in verband met aanvallen op ons land.

Internationalisme is geen abstractie. Het moet gebaseerd zijn op feiten, niet alleen op woorden. Internationalisme is gebaseerd op daden; het gaat erom hoe de meest progressieve klasse, de arbeidersklasse, of de landen die op weg zijn naar het socialisme, d.w.z. het socialisme opbouwen, hun belangen interpreteren: beschouwen zij die als een deel van het algemeen belang of als hun eigen enge nationale of staatsbelangen, – is die klasse of staat geïnteresseerd in wat er elders gebeurt, wat er gebeurt met de arbeidersklasse in andere landen, wat er gebeurt met andere soortgelijke staten; zijn zij al dan niet verheugd over de successen van andere landen die op weg zijn naar het socialisme? Ik heb zojuist gezegd wat de fundamentele kenmerken van nationalisme zijn; en wat internationalisme is – dat kan men elke dag in de praktijk zien, en het gaat erom of de meest progressieve klasse of staat, die op weg is naar het socialisme, de progressieve beweging of staat die hulp en steun nodig heeft, verwelkomt of bijstaat. Het is ook belangrijk in welke mate de hulp of steun wordt gegeven. Internationalisme in de ware zin van het woord betekent hulp verlenen aan progressieve bewegingen in de wereld of in andere socialistische landen waar dat dringend nodig is, al naar gelang zijn mogelijkheden.

Ons wordt voortdurend verweten dat wij nationalisten zijn; maar er is geen enkel bewijs aangevoerd voor dergelijke onverantwoordelijke beweringen. Wat was onze houding in dit opzicht tijdens de bevrijdingsoorlog? Die was duidelijk internationalistisch, omdat wij in de oorlog niet alleen onze nationale plicht, maar ook onze internationale plicht naar eer en geweten hebben vervuld. En wat is onze houding in dit opzicht sinds het einde van de oorlog? Die is duidelijk internationalistisch geweest, omdat wij de landen van de volksdemocratie die onze hulp nodig hadden, tot het uiterste van onze mogelijkheden hebben bijgestaan, ongeacht of zij om onze hulp vroegen of niet. Wij hebben ons nooit doof gehouden en geweigerd alle mogelijke hulp te bieden aan de progressieve bewegingen in andere landen die onze hulp nodig hadden, of zij ons daar nu om vroegen of niet. En tot op de dag van vandaag zijn we geen centimeter van dit standpunt afgeweken.

Over de vraag of wij nationalisten zijn of niet kan ik het volgende zeggen: wij zijn nationalisten in precies die mate die nodig is om een gezond socialistisch patriottisme onder ons volk te ontwikkelen, en socialistisch patriottisme is in zijn essentie internationalisme. Het socialisme verlangt niet van ons dat wij onze liefde voor ons socialistische land opgeven, dat wij onze liefde voor ons eigen volk opgeven. Het socialisme verlangt niet van ons dat wij niet alles in het werk stellen om ons socialistische land zo snel mogelijk op te bouwen, opdat wij zo de best mogelijke levensomstandigheden voor onze werkende mensen kunnen creëren. Onze scheppingsdrang bij de opbouw van ons land, dat is de scheppingsdrang van onze arbeiders, onze jeugd, onze volksintelligentsia, en al onze werkende boeren en burgers, die vrijwillig hun deel bijdragen aan het opbouwwerk binnen het Volksfront, – niets van dit alles hoeft, of kan, worden gestigmatiseerd als een soort nationalistische afwijking. Nee, dit is socialistisch patriottisme, dat in zijn essentie zeer internationaal is, en daarom zijn wij er trots op.

Zojuist heb ik deze kwesties kort aangestipt, dat wil zeggen, ik heb een paar voorbeelden genoemd. Ik heb geen concrete analyse gegeven van de inhoud van het soort inmenging en oneerlijke stappen tegen ons land door de landen van de volksdemocratie, met andere woorden, door al diegenen die de laatsten zouden moeten zijn om op een dergelijke manier te handelen. Ik laat dit alles voor een andere gelegenheid, omdat het, hoewel het tijdelijk meer licht op de hele zaak zou werpen, in de huidige situatie geen goed zou doen, eerder schade zou toebrengen aan de gemeenschappelijke zaak.

Kameraad academici, u vraagt zich misschien af waarom ik het vandaag over deze zaken heb. Ik achtte het noodzakelijk over deze zaken te spreken ten overstaan van deze voorname vergadering, omdat zij nauw verbonden zijn met de huidige stand van zaken in dit land, met ons maatschappelijk leven. Zij zijn niet alleen nauw verbonden met de kwestie van de overwinning van het socialisme in dit land, maar ook met de kwestie van de verdere ontwikkeling van het socialisme in de wereld. Progressieve mensen in de wereld kijken naar de landen die het meest progressieve sociale stelsel, het socialisme, tot stand brengen, maar tegelijkertijd letten zij nauwlettend op het soort betrekkingen dat door die landen onderling wordt geschapen. En het zijn niet alleen de meest progressieve krachten in de wereld die nauwlettend in de gaten houden wat er in de socialistische landen gebeurt, maar de reactionaire krachten in de wereld doen precies hetzelfde; en zij proberen duidelijk alle negatieve verschijnselen die zich in de betrekkingen tussen socialistische landen voordoen voor hun eigen belangen uit te buiten. Het vraagstuk van deze betrekkingen is geen eenvoudige zaak, het is geen zaak die alleen de socialistische landen, of beter gezegd de landen die het socialisme opbouwen, aangaat, of liever gezegd rechtstreeks aangaat. Nee, de kwestie is van enorm belang vanuit internationaal oogpunt. In deze fase van de sociale ontwikkeling in de wereld moeten de betrekkingen tussen de landen die aan de opbouw van het socialisme werken, zo worden geregeld dat zij een bron van inspiratie zijn voor alle landen, vooral de kleine, die strijden voor hun nationale en sociale vrijheid en gelijkheid. Deze betrekkingen moeten een voorbeeld zijn, of beter gezegd een stimulans voor de verdere ontwikkeling van het socialisme in de wereld in plaats van een rem op die ontwikkeling.

Tenslotte zou ik willen zeggen dat uw rol, de rol van de mannen van de wetenschap, zowel direct als indirect van groot belang is voor de oplossing van deze vraagstukken. Het zou een vergissing zijn te denken dat dit slechts een zaak is voor enkelen van ons, mensen in leidende posities; nee, het is een kwestie die al onze werkende burgers moet interesseren, en in het bijzonder u, mannen van de wetenschap, want het kan alleen correct worden opgelost als we door onze daden laten zien dat we gelijk hebben, dat wil zeggen, alleen als we, ongeacht de moeilijkheden, al onze krachten, mentaal en fysiek, hebben gewijd aan de uitvoering van het Vijfjarenplan voor de opbouw van het socialisme in ons land. Deze vragen zullen verdwijnen op het moment dat we dat bereikt hebben, dat wil zeggen op het moment dat we betere economische en culturele voorwaarden hebben geschapen voor het leven van de burgers van ons socialistische vaderland. In deze taak hebt u, wetenschappers, een grote en eervolle rol te spelen; en ik ben ervan overtuigd dat u deze niet alleen zult vervullen in het belang van ons eigen volk, maar ook in het belang van het internationalisme.

U, mannen van de wetenschap, hebt een grote rol te spelen, in die zin dat de juiste oplossing van de nationaliteitenkwestie in ons land niet op de lange baan mag worden geschoven, maar dat de betrekkingen tussen de verschillende nationaliteiten in dit land zich moeten blijven ontwikkelen in de richting van een diepere culturele en geestelijke eenheid tussen al onze volkeren, en dat verschillende gebreken van nationalistische aard die nog steeds een belemmering vormen voor onze inspanningen om het socialisme in dit land op te bouwen, zo snel mogelijk moeten worden uitgeroeid en geëlimineerd.

Bron: Concerning the National Question and Social Patriotism (marxists.org)