“Geen grenzen, geen natie”?

Rechtse maar ook progressieve identiteitspolitiek heeft ondertussen aangetoond dat het voor altijd gevangen blijft in een particularisme dat per definitie vijandig staat tegenover het creëren van een gemeenschappelijke strijdplatform in het belang van de werkende klasse. Het verhaal dat de kosmopolitische linkerzijde propageert als een tegengif is dan ook onverschillig voor haar eigen tekortkomingen en historisch traject.  Het komt erop aan om de nationale soevereiniteit terug te vorderen, de strijd tegen de excessen van de liberalisering centraal te stellen in het socialistisch alternatief en de grenzen van de natiestaat weer op te eisen. “Open grenzen” staat de facto gelijk aan “geen grenzen” (open grenzen verliezen hun functie) en bijgevolg ook aan “geen natie”. Zolang democratische politiek enkel via natiestaten kan verlopen, vereist elk programma dat opkomt voor de werkende klasse een bereidheid tot een zekere mate van nationale loskoppeling van de kapitalistische wereldeconomie. Geen enkele bestuursvorm buiten het kaderwerk van de natiestaat is er vooralsnog ooit in geslaagd de gewone man dezelfde of betere mogelijkheden te bieden voor zijn welzijn en zelfontplooiing. Socialisme vereist dan ook als “tool” de natiestaat, met haar grenzen en haar burgerschap.

Links-liberale of anarchistische activisten die vandaag opkomen onder het motto “no borders, no nations” dienen, in tegenstelling tot het rode, marxistische links, de agenda van het globaliserend kapitalisme. Frontex is een beleidsmiddel ten dienste van het kapitaal dat de instroom reguleert afhankelijk van de conjunctuur en arbeidsvraag. Frontex op zich is dan ook niet het probleem, maar zij die deze en andere instellingen besturen ten dienste van de kapitalistische belangen. Internationalisme moet vandaag in het teken staan van samenwerking met nationale bevrijdingsbewegingen en anti-imperialistische staten, ten aanzien van het mercantiele internationalisme.

1) Het patronaat wil open havens, om goederen en gecommodificeerde mensen (de migranten) te laten circuleren.

2) Progressieve brigades bestempelen degenen die zich verzetten tegen open havens als fascisten.

3) Deze progressieve brigades noemen hun pathetische strijd tegen alles wat zich verzet tegen het kapitaal, waarvan zij de waakhonden zijn, “strijd tegen het fascisme”.

De liberale “Geen grenzen”-ideologie is dus functioneel voor het leveren van een, zoals Marx het zou noemen, “reserveleger” van ontwortelde, quasi-slaafse Afrikaanse arbeid in Europa.

“Vandaag de dag is er een soort liberaal totalitarisme dat ons toestaat rechts-liberaal, links-liberaal, centrum-liberaal te zijn, zolang we maar liberalen zijn, altijd, en daarom worden links en rechts twee verschillende manieren om liberaal te zijn of juist, in het politieke en economische liberalisme, in de liberale praktijk in de gewoonten en natuurlijk in het Atlantisme op geopolitiek gebied. Ik denk dat we vandaag moeten nadenken over een hercategorisering van de politieke werkelijkheid volgens de dichotomie hoog/laag of de categorie elite/volk, die soms als synoniem wordt gebruikt. Dit houdt in dat als de elite, de globalistische machthebber juist kosmopolitisch is, voorstander van de onbeperkte openstelling van het vrije verkeer, de werkende daarentegen moet strijden voor de nationaal-populaire soevereiniteit als basis van de democratie van de sociale rechten. Vandaag is het noodzakelijk de band tussen de nationale staat en de socialistische revolutie te herstellen. Dit is het fundamentele punt.” – (Diego Fusaro)