Congo en Lumumba: Belgische hypocrisie à volonté

Recent bezocht een Belgische delegatie onder leiding van Filip van België, koninklijk uithangbord van de Belgische kapitaalselite, en zijn speechschrijver Alexander De Croo de voormalige kolonie Congo. Hierbij werd -in aanloop naar de Congolese nationale feestdag op 30 juni- een voorzichtige spijtbetuiging uitgedrukt ten aanzien van de Congolezen voor het leed tijdens de koloniale periode. Voorzichtig, omdat het regime weet dat in dit tijdperk van liberale excuus-cultuur enerzijds en budgettaire beperkingen anderzijds, hier ook een Congolese eis tot schadevergoeding kan op volgen. In de verwoording van de spijtbetuiging door het Belgisch regime valt een verwijzing naar de legendarische toespraak van de Congolese nationaalrevolutionair Patrice Lumumba te ontwaren. Symbolisch werd in Brussel op 20 juni de spijtbetuiging bezegeld met de teruggave van het restant aan stoffelijk overschot van Lumumba aan zijn familie.

Zoals bekend was Congo als “Vrijstaat” van 1885 tot 1908 private eigendom van Leopold II. Met de hulp van missionarissen, dokters, bestuurders en ingenieurs van verschillende nationaliteiten, maar vooral ook met de hulp van Belgisch, Brits en Amerikaans kapitaal, ondernam Leopold II de op kapitalistische roofbouw gerichte ontwikkeling van dit immense gebied. Wegens de zware misdaden die in het kader van deze kolonisatie plaatsvonden (rubberproductie) moest Leopold II na een internationale campagne -die was ingegeven door Britse imperialistische motieven en jaloezie- zijn Congolees bezit afstaan aan de Belgische staat die het tot 1960 als kolonie onder de naam ‘Belgisch Congo’ beheerde. Ook in deze periode vonden gruweldaden tegen de plaatselijke bevolking plaats, onder leiding van de Force Publique, een koloniale troepenmacht voor ordehandhaving onder leiding van blanke officieren. De zwarte soldaten werden gerekruteerd op basis van een gedwongen dienstplicht in een op verdeel-en-heers gerichte etnische samenstelling van de eenheden. De politieke macht berustte in handen van de Gouverneur-generaal, die zijn instructies kreeg van de Belgische regering in Brussel.

Afgehakte handen als bestraffing bij verzet of onvoldoende productiviteit ten dienste van rubberexport.

De Vlaamse en Waalse werkende klasse heeft dit kolonialisme echter nooit gewenst! Het is gestart als een koninklijk initiatief voor persoonlijke verrijking, overgegaan in een kapitalistisch wingewest voor strategische grondstoffen tijdens de Koude Oorlog en geëindigd in chaos als een neokoloniaal geplunderd gebied zonder stevig centraal gezag. Het koloniale systeem van ontwikkeling van het land door middel van concessies die toegekend werden aan grote ondernemingen die gezamenlijk eigendom waren van de Staat en van privaat kapitaal, heeft de Belgische kapitalistische elite gedurende vele decennia grote winsten opgeleverd. Het Belgisch kolonialisme kadert volledig binnen de industriële ontwikkeling van de 19de eeuw en daarop volgend de Atlantische kapitalistische ordening na de Tweede Wereldoorlog. Het uranium waarmee aanvankelijk het Amerikaanse kernwapenarsenaal werd opgebouwd, werd in Congo geproduceerd.

Decennialang, ook na de officiële onafhankelijkheid in 1960, bleef de Belgische geschiedschrijving en het onderwijs gericht op de verdediging van dit kolonialisme. Het is juist dat alfabetisering en gezondheidszorg er stevig op vooruit gingen, dat een basisinfrastructuur werd gecreëerd, etnische twisten werden in aanzienlijke mate geneutraliseerd,… Dit alles woog echter niet op tegen het feit dat het kolonialisme tot stand kwam uit imperialistische overwegingen die in de eerste plaats de Belgische kapitalistische elite moesten dienen en dat dit kolonialisme gebaseerd was op onderdrukking en uitbuiting (lokale bevolking als tweederangsburgers ten aanzien van de aanwezige Europese kolonisten). Niet alleen de Congolezen zelf waren slachtoffers, zelfs Vlaamsgezinde medewerkers in de koloniale administratie moesten hun politieke sympathieën onderdrukken om pesterijen en tuchtsancties te vermijden. De Vlaamse Beweging had dan ook meteen voluit de kant van de Congolezen moeten kiezen, tegen het Belgische koloniale systeem en haar anti-Vlaamse, ten aanzien van Congolezen racistische elite.

Boodschap van solidariteit vanwege de Vlaamse Beweging in de 19de eeuw aan de Congolezen. Een lijn die in de 20ste eeuw te weinig werd doorgetrokken door een verburgerlijkte beweging.

Het contrast tussen de comfortabele levenswijze in de door Europese kolonialen bewoonde districten en de armoede in de Afrikaanse districten had een gevoel van onbehagen jegens de kolonisatoren doen ontstaan. Het paternalistische regime pakte de vele discriminaties in hervormingsvoorstellen te weinig of veel te traag aan en voldeed niet meer aan de behoeften van de lokale bevolking. Dit resulteerde eind de jaren ’50 in steeds frequentere onrust en rellen. Geconfronteerd met het unanieme verlangen en de eis van de Congolese bevolking naar onmiddellijke onafhankelijkheid, stond de Belgische regering voor een dilemma : ofwel de onafhankelijkheid toestaan en binnen een neokoloniaal narratief de nieuwe Staat “bijstaan met technici en kapitaal”, ofwel geweld gebruiken om haar heerschappij te handhaven, onafhankelijkheid uit te stellen en dus een koloniale oorlog overwegen. De keuze viel, mede bepaald door de druk om de grondstoffenstroom zo weinig mogelijk in het gedrang te brengen en het vermijden van verdere imagoschade wegens de gruweldaden tijdens de kolonisatie, op een formele onafhankelijkheid op 30 juni 1960. Dit ging bijna meteen over in een verdragsrechtelijk vastgelegd neokoloniaal regime met medewerking van een corrupte lokale elite. De koloniale elite dacht haar invloed te kunnen behouden en vergroten door de financiële instroom naar de nieuwe Congolese staat te laten opdrogen.

De benoeming van de charismatische nationalistische revolutionair Patrice Lumumba tot eerste minister van Congo zou al snel een ongewenst risico blijken voor de belangen van de Belgische kolonisator en de Britse en Amerikaanse financiers van het kolonialisme in Congo. Op 5 juli, enkele dagen na de viering van de Onafhankelijkheid, begon de opstand van de Force Publique. De soldaten, die bevorderingen en hogere lonen eisten, zetten hun Belgische officieren gevangen en namen de wapendepots in. Lumumba beschuldigde de Belgische kolonisator ervan de onlusten te hebben aangewakkerd en riepen het Congolese volk op tot verzet. Geconfronteerd met het geweld en het potentiële gevaar van nieuwe Congolese regering, zond de Belgische regering troepen uit België om de nog aanwezige kolonialen te beschermen. Lumumba veroordeelde  de agressie van de Belgische troepen en verklaarde het Vriendschapsverdrag met België nietig, verbrak de diplomatieke betrekkingen en deed een beroep op de Verenigde Naties om de Belgische troepen te helpen verdrijven. De Belgische pogingen om het neokoloniale systeem uit te bouwen leverden zware VN-kritiek op, die stelde dat onder andere technische bijstand in Congo via de VN diende te gebeuren.

Patrice Lumumba en Thomas Sankara
De grootste leiders uit zwart Afrika, allebei vermoord omwille van neokoloniale belangen

President Kasavubu, politiek rivaal, liet Lumumba ontslaan als eerste minister en hem arresteren. Aanhangers van Lumumba veroverden aanzienlijke delen van het oosten van Congo en vormden een eigen regering. De ertsrijke provincie Katanga rebelleerde ondertussen onder leiding van Tshombe tegen het centraal gezag in de Congolese hoofdstad, met de steun van België. De politieke chaos en dreigende burgeroorlog hebben Patrice Lumumba versterkt in zijn visie dat met het Westen geen echte onafhankelijkheid te behalen viel omwille van de financieel-economische belangen. Hij zocht toenadering tot het socialistisch blok. In het Westen in het algemeen en België in het bijzonder werd Lumumba weggezet als incompetent, demagogisch, agressief, ondankbaar,… en als communist. Ondanks de steun die hij zocht in het socialistisch blok, was hij net als bijvoorbeeld de Vietnamese rebel Ho Chi Minh in de eerste plaats een nationalist. Lumumba besefte dat nationale onafhankelijkheid, anti-imperialisme en sociale revolutie een onlosmakelijk geheel vormen.

In Congo wordt Lumumba nog steeds voorgesteld als een symbool van nationale eenheid, terwijl hij in het buitenland meestal wordt voorgesteld als een pan-Afrikanist en antikoloniaal revolutionair. De ideologische erfenis van Lumumba, het “Lumumbisme”, vormt niet zozeer een rigide doctrine maar kan wel worden voorgesteld als het samengaan van fundamentele principes uit het bevrijdingsnationalisme, panafrikanisme, internationale ongebondenheid en sociaaleconomisch progressivisme. Uit vrees dat Lumumba een gelijkaardige weg zou volgen als Fidel Castro en het land dus zou zuiveren van kapitalistisch, neokoloniaal profitariaat, weigerden de Amerikanen hem hulp te verlenen. Lumumba wist dat er een Belgische aanval op komst was om zijn land terug te veroveren en wendde  zich daarop tot de Sovjet-Unie die zijn hulpverzoek inwilligde. De CIA identificeerde hem uiteindelijk als een “doelwit voor geheime actie”. Lumumba bleef volhouden dat zijn belangen die van de Congolese meerderheid waren, en beschreef zichzelf als een nationalist. Hij wilde volledige onafhankelijkheid en volledige controle over de natuurlijke hulpbronnen om deze te gebruiken ten bate van de Congolese bevolking.

De moord op Patrice Lumumba in januari 1961, vond grotendeels plaats op aansturen van de Belgische regering en met de medeplichtigheid van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de VN. Congo was voor het Westen van strategisch geopolitiek belang. Bovendien moesten de belangen van grote kapitaalsgroepen (o.a. Union Minière, een aantal van de rijkste Belgische families die actief waren in Congo,…) gevrijwaard blijven. In dit ganse verhaal staat de gewone man in Vlaanderen en Wallonië de facto aan de kant van de Congolezen en van Lumumba’s visie. Tegen de Belgische constructie die ten dienste stond en staat van het grootkapitaal en het imperialistische Westen! Het schijnheilige vertoon vanwege de liberale Belgische regering De Croo dat we de voorbije dagen konden zien m.b.t. Congo en wijlen Lumumba, is voor radicale oppositie een zoveelste reden om het onmiddellijke ontslag van deze regering te eisen. Niet de werkende klasse in Vlaanderen en Wallonië zouden financiële schadevergoedingen moeten ophoesten, maar wel de Belgische monarchie en de private kapitaalsgroepen die op basis van uitbuiting fortuinen verdienden in Congo!

De Saksen-Coburgs: belgicistische koekjesdozenromantiek verhult ook ten aanzien van Congo keiharde kapitalistische belangenbehartiging.