6 december – syndicale actie

Op 6 december betogen de vakbonden ACV en ABVV samen in Brussel, voor eerlijke lonen die de koopkracht vrijwaren en voor het recht op collectieve sociale actie. Als Zannekinbond steunen we deze actiedag. Helaas stellen we vast dat de vakbonden niet voluit mobiliseren wegens de coronapandemie en met deelnemersquota voor de betoging in Brussel zullen werken. Elk zullen ze slechts maximaal 2.000 aanhangers meenemen. Het gevaar is niet denkbeeldig dat sanitaire maatregelen die vanuit het perspectief van volksgezondheid al dan niet perfect verdedigbaar zijn, als alibi door het regime gebruikt worden om de heroplevende klassenstrijd af te zwakken. Concrete sociale strijd en actie dragen immers steeds de kiem in zich van een noodzakelijk, breed uitgroeiend verzet tegen het neoliberale beleid en de bijzonder onpopulaire regering. Via recente vonnissen in Antwerpen en Luik heeft de rechterlijke macht van het liberale regime ondertussen laten blijken dat de uitbouw van hun veiligheidsstaat ook de collectieve verdediging van sociale rechten viseert. De veroordeling van syndicalisten kadert in een bredere stroom aan handelingen en opinies vanwege de politici en opiniemakers van het regime om het stakingsrecht geleidelijk aan uit te hollen.

De actiedag staat ook in het teken van de dalende koopkracht van de bevolking. Deze is in hoofdzaak het gevolg van de sterk oplopende inflatie. Er komt geen loonstijging maar een indexering, op 1 januari 2022 moeten de lonen met 3,56 % aangepast worden om enigszins gelijke tred te houden met de stijgende prijzen van huisvesting, voeding, brandstof, energie. Dit is slechts oogverblinding. De inflatie alleen al bedraagt ruim 5%! Inflatie in de zin van algemene prijsstijging is het gevolg van geldontwaarding. Die geldontwaarding komt voort uit het “opblazen” van de geldhoeveelheid door bankkrediet: méér geld moet worden gespreid over eenzelfde hoeveelheid goederen. De koopkracht van het geld neemt af. Met Zannekinbond pleiten we dan ook voor een grondige verandering van het financieel systeem en meer in het bijzonder de geldcreatie. De bankiers hebben in theorie altijd een voorkeur voor deflatie, maar zijn in de praktijk zelf verantwoordelijk voor inflatie. Omdat ze zelf met krediet de geldhoeveelheid opblazen, zetten ze zoveel mogelijk een neerwaartse druk op overheidsuitgaven, want de begrotingstekorten van een regering doen de geldhoeveelheid toenemen. Daarop komt de “financiële orthodoxie” van het kapitalisme en zijn internationale instellingen altijd neer. Deflatie en inflatie zullen dus altijd als systemische gevaren bestaan, zolang men blijft uitgaan van een verkeerd geldbegrip en het bestaande systeem met private geldcreatie blijft verdedigen. Opkomen voor koopkracht bij de bevolking betekent bereid zijn om te breken met de EU-dwangregels (In het Europese Pact voor Stabiliteit en Groei is bepaald dat de eurolanden geen begrotingstekort van meer dan 3% van het BBP mogen hebben en dat hun staatsschuld niet méér dan 60% van het BBP mag bedragen) en de beleidskeuzes van de ECB. Monetaire soevereiniteit moet nagestreefd worden, waarbij gelduitgifte een openbare dienstverlening is.

Wij leggen de nadruk op het feit dat elke revolutionaire strijd in de 21ste eeuw ook gevoerd moet worden tegen de bureaucratie van de oude vakbonden zonder echter het syndicalisme op zich aan te vallen zoals men ter (extreem-)rechtse zijde doet. Het doel van onze strijd is de uitroeiing van het loon- en geldsysteem die de kern uitmaken van het financieel kapitalisme. Aangezien verandering enkel en alleen door massale actie vanuit de werkende klasse kan worden verwezenlijkt, moet worden benadrukt dat elke staking en elke syndicale betoging steun moet krijgen van wie echte verandering nastreeft. Elke staking, elke syndicale actie kan een energie bij een massa bewerkstelligen die het regime, waaronder de bureaucratie van de vakbonden, niet langer onder controle heeft of kan houden.